|
Onderwijs en burgervorming
Onderwijs was al vroeg een bekommernis van de Compagnie. Schoolmeesters die door de Compagnie naar Indië werden gestuurd, moesten eerst onderworpen worden aan een ondervraging door de classis waartoe de VOC-Kamer behoorde. Zij moesten hun kunde bewijzen in het lezen van een geschreven tekst en het reciteren van de psalmen van David. Als blijk van zijn goede geloofsovertuiging moest de onderwijzer de akte van de Dortse synode ondertekenen (Kalff, pp. 3-6; Koote, p. 19. In 1622 waren er in Batavia al twee scholen gesticht. De meisjesschool stond onder toezicht van meester Jan vanden Broek uit Antwerpen. De (voornamelijk Aziatische) meisjes werden hier voorbereid op een huwelijk (zie: vrouwen in Indië). In 1642 werd aan de Tijgersgracht in Batavia een Latijnse school opgericht als voorbereiding op universitair onderwijs in Europa. De resultaten waren gering zodat de school al in 1656 werd opgeheven (Kalff, pp. 18-19). Een andere Zuidnederlandse schoolmeester die we in het
kader van onze studie tegenkwamen, was Jooris Happart uit Leuven
. Referenties:
|
